header.jpg

Wij zijn op zoek

naar jou!

 

 adver_great_opportunity

Familiebedrijven doen het beter dan beursgenoteerde bedrijven

Investeerder Warren Buffet kwam er speciaal voor naar Europa. Familiebedrijven doen het beter dan beursgenoteerde bedrijven en ze gaan langer mee. Ook voor buitenstaanders heeft werken bij een familiebedrijf voordelen.

 

Kongo Gumi, tempelbouwers sinds 550 na Christus, is vorig jaar failliet gegaan. Het Japanse bedrijf was het oudste bedrijf ter wereld - en een familiebedrijf. De familie kreeg ruzie en dat was het einde van Kongo Gumi - na 1458 jaar. Het is een goede reden om bij een familiebedrijf te gaan werken: ze gaan nogal lang mee. Dat niet alleen: ze zijn ook beter. De Credit Suisse index van veertig Amerikaanse en Europese beursgenoteerde familiebedrijven presteerde de afgelopen vijf jaar beter dan de beursgenoteerde niet-familiebedrijven.

Reden voor de Amerikaanse investeerder Warren Buffet deze zomer door Europa te reizen en met familiebedrijven een praatje te maken. Het was kijken, kijken en (nog) niet kopen, maar mochten de families op een later moment eraan toe zijn te verkopen, dan hebben ze zijn kaartje. Leuk om te hebben dus, een familiebedrijf. Maar zou je er ook willen werken?

 

Bron: Intermediair.

Auteur: Florentine van Lookeren Campagne.

 

De reputatie van het familiebedrijf
Familiebedrijven hebben geen goede reputatie. Ze zouden gesloten en conservatief zijn, en door gebrek aan kapitaal zouden ze ook niet erg groot worden. Ze hebben ook een heel eigen opvatting van personeelsbeleid, blijkt uit onderzoek van familiebedrijvenconsultant Ursela van Stekelenburg. Wie graag wil delen in de winst van het bedrijf waar hij werkt of wie er graag aandelen in wil hebben, moet over het algemeen niet bij familiebedrijven zijn. Medewerkers klagen over het salarisniveau en de ondoorzichtige beloningsstructuur. En high potentials mijden de familiebedrijven omdat ze denken geen kans te maken op de hoogste post, zolang het zoontje van de directeur nog ergens in het bedrijf rondwaart.

Familiebedrijven zijn inderdaad gesloten, erkent Albert Jan Thomassen, directeur van de Vereniging voor familiebedrijven FBned. Familiebedrijven kunnen beursgenoteerd zijn, en voldoen dan aan de informatieplichten die daarbij horen, maar dat zijn er maar weinig. Veruit de meeste trekken via private investeerders of via bancaire financiering vreemd kapitaal aan of leven van het kapitaal van het familiebedrijf. De familie wil het laatste woord houden. Het bedrijf is de familie, en de familie hangt niet graag de vuile was buiten. Toch is dat geen reden niet bij een familiebedrijf te gaan werken, meent Thomassen. Juist door die geslotenheid zijn familiebedrijven succesvol: zo blijven ze de concurrentie voor.

Grote bedrijven
Het zijn ook zeker niet allemaal kleine, oninteressante bedrijfjes. Van de 7.700 bedrijven met meer dan 100 werknemers is 45 procent een familiebedrijf. C&A, Bavaria, Blokker en Van Oord zijn familiebedrijven. Als de familie invloed wil houden op het bedrijf is er vaak een grens aan de groei, maar bedrijven zoeken dan niches op waarin ze toch wereldmarktleider kunnen zijn, aldus Thomassen.

Nog een voordeel van de familiebedrijven is dat ze ver vooruit kijken. Leeft het gemiddelde beursgenoteerde bedrijf van kwartaalcijfers naar kwartaalcijfers, familiebedrijven werken van generatie naar generatie. Geen egostrelende overnames, geen 'na mij de zondvloed', maar: 'Moet ik deze investering echt doen, of zadel ik mijn kind dan op met een enorm probleem?'

De ervaringen van meerdere generaties
In slechte tijden moet een normaal beursgenoteerd bedrijf onder druk van de aandeelhouders reorganiseren en mensen met dure vertrekregelingen wegsturen. Gaat het weer goed met de economie, dan moet het bedrijf weer tegen veel geld nieuwe mensen zoeken en in dienst nemen. 'Pure kapitaalvernietiging,' vindt Roberto Flören, hoogleraar Familiebedrijven aan de Nyenrode Business Universiteit.

Een familiebedrijf werkt anders. Als de markt daalt, gaan familiebedrijven juist investeren. Ze hebben de ervaringen van meerdere generaties, ze weten dat er goede tijden zijn en slechte tijden. En ze weten wanneer het slim is om de capaciteit uit te breiden.' Familiebedrijven zijn rentmeesters, zegt Flören. 'Als je een boomgaard erft, mag je appels plukken, maar geen bomen rooien. Liefst plant je er nog eentje bij.'

Werken voor de volgende generatie, dat is mooi, maar als je nu niet bij de familie hoort, wat heb je daar dan aan? Bij de kleine familiebedrijven is het misschien lastiger carrière maken als buitenstaander, maar bij de grotere familiebedrijven kun je juist sneller vooruit, meent hoogleraar familiebedrijven Joachim Schwass van businessschool IMD. Omdat de baas niet iedere drie, vier jaar verandert, is er meer duidelijkheid over de koers van het bedrijf, zijn er minder politieke spelletjes in familiebedrijven en heerst er minder cynisme.

 

De familie en de manager
De directeur van een niet-familiebedrijf zit gemiddeld zeven jaar op één plek, blijkt uit onderzoek van Flören. Is het bedrijf beursgenoteerd dan is dat zelfs 3,5 jaar. De directeur van een familiebedrijf blijft gemiddeld 22 jaar op zijn post.
Familiebedrijven kennen meestal geen dure optieregelingen of enorme bonussen. Maar dat is eigenlijk een voordeel - er wordt niet met geld gesmeten. En buitenstaanders kunnen volgens Schwass best aan de top komen. Niet iedere generatie wil immers het bedrijf leiden (zie kaders). Sommigen willen het liefst alleen maar aandeelhouder en eigenaar zijn.

Schwass wijst op Henkel, de Duitse wasmiddelenfabrikant waar jaren een manager van buiten het bedrijf leidde. 'Als het goed klikt tussen familie en manager, is zo'n team unbeatable.' Doordat beide partijen elkaar vertrouwen, bespaart het bedrijf zich de kosten van uitgebreide raden van toezicht. Eigenaar en manager hebben hun kantoor naast elkaar, ze lopen zo bij elkaar binnen. Beslissingen kunnen meteen worden genomen. Die snelheid betekent dat ze de concurrent voor kunnen blijven.

'Als de chemie goed is, kun je in een familiebedrijf alles bereiken wat je wilt en veel meer dan bij een niet-familiebedrijf', zegt Schwass. 'Als je de keuze hebt tussen banen bij twee gelijke bedrijven, kijk eerst heel goed naar de familie. Functioneert die goed, kies dan voor het familiebedrijf.'